Aflevering 47

Aflevering 47

August 7, 2021 Off By admin
  1. Aflevering 45
  2. Aflevering 46
  3. Aflevering 47
  4. Aflevering 48
  5. Aflevering 49

Met een dienblad vol met koffie en sap wandelde Stijn laverend langs twee tafels richting het achterterras toen hij ineens een licht knijpende hand aan de bovenkant van zijn linkerbil voelde. Als een ware circusartiest (of meer als klungelende clown, zou hij bij het nog duizend keer overdenken van dit moment later denken) wist hij het blad recht te houden en daarbij met een draai van zijn bovenlijf te kijken wie zijn belager was. Zijn hart haperde even terwijl hij in prachtig stralende en flink bekende ogen keek.

“Tjezus, Bruno”, hakkelde hij terwijl hij een enorme warmte naar diverse delen van zijn lijf voelde stromen. “Mag ik zodadelijk bij jóú iets bestellen?”, spraken de stralende ogen met een prachtige glimlach. “Eeh, ja, eeh, moment. Even een bestelling wegbrengen. W…wa… wat…” “Super! Ik heb geen haast. I know how to wait. (…) Wait, waiter, wat jij nu doet, je moet verder?” Stijn keek stom van Bruno naar zijn dienblad en voelde nog steeds diens hand branden, ondanks dat die aanraking hooguit drie seconden had geduurd. Bruno keek vanonder zijn lange wimpers breed lachend naar hem op. “Grapje. Ik zie je zo. Graag. Hopelijk, bedoel ik. (…) Allemachtig, je bent nog steeds zo aanbiddelijk verlegen als toen.” Na een vette knipoog meegekregen te hebben wist Stijn zijn benen weer in beweging te zetten. Stom liep hij naar buiten en miste totaal wat de gasten zeiden en of ze tevreden waren of nog iets besteld hadden.

——-

Kijkend in de spiegel van het toilet, met zijn polsen onder de kraan, probeerde hij te bedenken wat er nou net was gebeurd. Ja, hij was aantrekkelijk. Ja, ze hadden een klein amoureus verledentje. Jaren geleden. Waar hij zich richting Tom ergens diep van binnen nog altijd schuldig over voelde. Maar luister, híj had hem opgezocht en keurig maar zeer helder uitgelegd dat het daarbij zou blijven. Hij herinnerde zich die verslagen ogen nog toen hij Bruno met zijn doodgeslagen bier had laten zitten. Die ogen. Die ontzettend ongelooflijk mooie…

De deur zwiepte open en prompt keek hij in precies diezelfde ogen. Die direct de zijne vonden. Maar terwijl Bruno aanstalten maakte om óf een stap dichterbij te komen óf tegen het muurtje bij de handdoekjes te gaan leunen, zwiepte de deur opnieuw open en kwam Koos binnen. Waarop Bruno met een soepele beweging in het toilethokje verdween en Koos vroeg of alles in orde was. “Ik heb mensen die nog net niet beginnen te wuiven voor een bestelling achterin en de Oatly is op, zou jij Sven kunnen vragen of hij dat straks meeneemt? Dan ren ik nu terug naar de koffiemachine.” En na nog een korte blik op Stijn: “Sure you’re OK?” Stijn perste er een glimlach uit die geruststellend moest overkomen, gebruikte snel een handdoekje en liep achter Koos aan. Terug naar zijn bestellingen. Naar bijna wuivende mensen. Toeristen, wedden?

Terwijl hij stond uit te leggen dat dit een koffiespeciaalzaak was en dus een beetje alternatief (waarbij hij bijna daadwerkelijk begon te walgen van die term, maar een passend alternatief wilde hem niet te binnen schieten) en dat ze dús geen ‘gewone Earl Gray thee en ook geen Sinas hadden’ maar wel heerlijke verse theemelanges en frisse Fritz-limonades, bedacht hij zich dat hij sowieso moest voorkomen dat Bruno en Sven elkaar hier zouden zien. Dat waren immers vrienden (geweest, Sven had zich na Stijns avontuur zelfs verontschuldigd en zich óók lullig gevoeld richting Tom) en het zou alles hoe dan ook pas echt awkward maken. Het was in de kleine ruimte die de Koffee Korner nu eenmaal was – zelfs met de indeling op anderhalve meter – vrijwel onmogelijk om steeds een nieuwe route te vinden die níét op een of andere manier langs Bruno voerde. Hij was strategisch gaan zitten, dat was hem natuurlijk wel toevertrouwd; daarbij wilde hij ook nog wat bestellen. Bij hem. Stijn voelde acuut weer die hand branden op zijn kont. Na drie loopjes warme dranken, broodjes, taart en fris (“Nee, Fritz is het mérk, dat het fris is is een beschrijving – probeert u het maar en als u het niet lekker vindt, hoor ik het graag”) was het dan toch onvermijdelijk geworden.

Hij haalde diep adem. “En, wat mag het zijn?” “Hoe eerlijk en direct mag ik daar op antwoorden?”, spraken de sprankelende ogen. “Houd het maar bij wat op de kaart staat.” “Wat zou je me aanraden in dat geval?” Stijn was blij met de sloof over zijn katoenen zomerbroek, omdat anders zijn verwarring middenin de zaak wel heel zichtbaar zou zijn geworden. “Een dirty chai met een brownie.” “Getting dirty met een brownie! Dat klinkt goed.” Weer kwam er een hand in zijn richting, maar Stijn deed nu precies op tijd een stapje achteruit. Maar teruglopend naar de bar vervloekte hij zichzelf, want waarom moest hij nu precies dát noemen als optie en waarom had hij over de brownie niet nadrukkelijk verteld dat ze door de ouders van TOM waren gebakken? Zucht. Koos keek Bruno vanachter het sissende apparaat nog eens goed aan. “Die gast komt me ergens vaag bekend voor… heb jij dat ook?” “Nee, geen idee eigenlijk.”

Stijn hoopte maar dat Koos door zijn drukke avond toen op die Hemelvaartsdag met de verjaardag van Sven en het feest van de Hemelse Maagden bij hem in de Dancing Queen zich inderdaad niets kon herinneren, en vooral ook dat zijn rode hoofd niet opviel door weggedraaid over de spoelbak te hangen. Dat Koos de mannenliefde had ontdekt bleek in ieder geval wél, want hij verzuchtte: “Lekker ding wel anders.” “Zeg, Sebas ligt doodvermoeid in jouw bed! Je begint toch niet op Sven te lijken hè?” Hij lachte maar eens overdreven hard, in de hoop dat Koos niet alsnog de link zou leggen tussen Sven en diens oude studiemaatje Bruno. Waarom zei hij steeds de onhandigste dingen? Focussen!, sprak hij zichzelf toe. En niet op je-weet-wel-wie…

Op een gegeven moment was de zaak bijna leeg, en aangezien Sven had laten weten onmogelijk de havermelk te kunnen brengen was Koos nu weg om dat zelf op te lossen. En jawel, zoals Stijn al verwacht had kwam Bruno (die de rest van de middag heel braaf aan zijn laptop had zitten werken, waarbij Stijn steeds had getimed wanneer hij even ‘veilig’ zou kunnen plassen) direct naar hem toe. “Kunnen we even praten, alsjeblieft?” Omdat er weinig anders op zat, nam hij Bruno mee naar het tafeltje achterin, net om de hoek.

“Zeg, wat dóé jij hier eigenlijk?”, opende Stijn. “Ik had een afspraak vanmorgen iets verder naar het zuiden. Wil je mijn agenda zien?” Hij lachte nu iets verlegener, wat de spanning in Stijns lijf bepaald niet af deed nemen. “OK, maar waarom ben je híér? In de Koffie Korner? Jij weet toch helemaal niet dat ik hier nu inval of dat ik hier überhaupt kom?” Een vertwijfelde stilte aan de andere kant. “Dat weet ik van Insta.” Op Stijns frons vervolgde hij: “Je had het in je stories gezet.” “Dat is wel een beetje creepy hoor. Hoelang kijk jij daar eigenlijk al mee…?” “Eehh, sinds toen, eigenlijk.”

“Bruno, je gaat me toch niet vertellen dat je me al drie jaar in de gaten houdt? Waarom?! Ik heb toch heel duidelijk gezegd wat ik wel en niet voelde en wilde? Ben jij niet verdergegaan met je eigen leven dan? Met jouw looks en charme (fout – fout!!) moet dat toch niet moeilijk zijn, of wel?” Aan de andere kant was de bijdehandheid nu wel verdwenen. Na een halve minuut van geladen stilte kwam de reactie. “Ik betreur echt hoe het toen gegaan is. Maar wel op meer dan één manier… Sorry, ik heb heus geprobeerd om me te focussen op andere guys, maar uiteindelijk zat ik toch altijd met mijn gitaar weer een liedje voor of over jou te schrijven. Ik heb je gewoon heel erg gemist. Je hebt veel meer indruk op me gemaakt dan je weet. Ik wil echt geen creep zijn, maar ik reed mijn auto zostraks gewoon automatisch hier naartoe. Het spijt me, maar ik mis je zo ontzettend, lieve Stijn.”

Bij thuiskomst was het kantoor beneden leeg geweest, en dus had hij de nieuw aangebrachte deur naar het trappenhuis genomen om naar hun eigen appartement te gaan. Victor was inmiddels terug naar Zwitserland, maar had met veel dank gelogeerd op de verdieping waar Stijn oorspronkelijk bij Tom was ingetrokken. Nu deed hij echter de deur naar de voormalige bovenverdieping van tante An open, wat nu hún benedenetage was. Hij bleef het een verwarrend maar fijn huis vinden, maar echt verward raakte hij pas toen hij bij het openen van de deur in een flits bedacht dat Bruno tante An zelfs nog had meegemaakt toen op dat feest van Sven.

Het resultaat was dat hij door een in de grote open keuken staande Tom werd aangekeken met een bezorgde frons. “Gaat het wel lieverd?” Een enorme knuffel volgde. “Is dat een traan in je oog?”, vroeg hij bezorgd, terwijl hij die voorzichtig met een vinger wegwreef en Stijn voorzichtig aankeek. “Het is niks. Ik liep via het lege kantoor omhoog en moest ineens denken aan tante. Toen op dat feest van Sven. Hoe ze alle jongeren om haar vinger wond en versloeg in populaire spelletjes.” Tom lachte en leidde met een hand om diens middel zijn vriend richting eettafel. “Ja, die tante… En dat feest. Met al die belachelijk mooie studievrienden van Sven. Hahaa, en Bruno dus ook.” Op de geschrokken blik van Stijn zei hij snel: “Ik zit je maar te pesten joh. Kom, ik heb het eten bijna klaar. En trouwens, dat hele verhaal is toch al zó lang geleden. Daarbij: Bruno wás ook een mooie man. Je hoeft je niet te schamen voor je smaak in ieder geval. Maar goed, dat wist ik natuurlijk al.” Tom gaf Stijn een ondeugende knipoog, en voordat hij hem in de stoel drukte kneep hij even boven in zijn bil.

Zijn rechterbil.