Aflevering 50

Aflevering 50

September 19, 2021 Off By admin
  1. Aflevering 45
  2. Aflevering 46
  3. Aflevering 47
  4. Aflevering 48
  5. Aflevering 49
  6. Aflevering 50
  7. Aflevering 51
  8. Aflevering 52

“Dus ze heeft gewoon opnieuw een behoorlijk kordaat besluit genomen? Jemig, die moeder van jou blijft me verbazen. Je had laatst wel verteld natuurlijk dat ze korzelig klonk over het drama en de veeleisendheid van Maria, zeker met haar long Covid nu, maar ik had echt niet zien aankomen dat daar zoveel meer achter schuilging dat ze nu gewoon de relatie beëindigd heeft.” Stijn nam nog een slokje van de Koffie die Sebas voor hem had gemaakt, terwijl hij langs Marleen de tuin van de Koffie Korner in keek. Zijn gedachten tuimelden over elkaar heen, en allerlei zinnetjes en beelden uit het verleden en gesprekken leken zich aaneen te rijgen tot een soort verhaallijn. “Ja… ik zit sinds ze belde om het te vertellen met puzzelstukjes in mijn hoofd, waarvan ik me afvraag of het resultaat háár waarheid is of alleen een projectie van mij. Haar huwelijk met Bert was een beetje op, ze woonde in de Randstad maar vond zichzelf truttig geworden… En ineens zat ze bij haar nieuwe vriendin in Drenthe. Dat was een hele ‘bevrijdende’ stap ongetwijfeld, maar tegelijkertijd nam ze daar – zei je al zelf – naast Maria een rol als zorgende Moeke aan…

En ik was natuurlijk al lang en breed naar het zuiden vertrokken, ik ontdekte per ongeluk dat Bert niet mijn biologische vader is en vroeg haar daar natuurlijk naar… En ze was rond mijn overstap van lagere naar middelbare school overbodig verklaard op haar werk, wat haar een beetje een Vinex-sherryvrouw maakte – her words… Dus yoga en een vriendin in Drenthe klonken vast heel verfrissend, maar ze kon nergens meer voor zórgen, dat is toch haar roeping denk ik, en Maria werd daar alleen maar kribbig van. En nu vertelde ze dus dat met name die ene zoon – die jij op die foto toen zo cute vond – de hele tijd heeft lopen stoken dat mijn moeder eens iets nuttigs moest gaan doen. Dat moet flink pijn gedaan hebben, zeker omdat Maria dat nooit corrigeerde…”

——-

Marleen zat een paar minuten lang haar lippen in allerlei richtingen en vormen te tuiten. Stijn herkende het als uiting van analyse en overweging; als ze vroeger samen studeerden keek ze ook altijd al zo. Sebas keek eerst naar de peinzende Stijn en vervolgens naar de lip-acrobatiek van Marleen, glimlachte stil en nam de kopjes mee voor een refill. Terug inzoomend zag hij dat de man die buiten aan een tafeltje de hele tijd druk gesticulerend het woord had gevoerd, nu zijn map dichtsloeg, opstond en hun richting kwam opgelopen. Hij stiefelde echter voorbij en Stijn hoorde nog net hem iets murmelen van “Dan doen ze het toch lekker niet, maar de rekening mogen ze mooi wel betalen”. “Zou hij alleen de lunch bedoelen of een of andere opdracht?”, gniffelde hij, maar Marleen leek het niet te horen. “Het is duidelijk niet altijd regenboogschijn en zonnebloemolie”. Op de verbaasde blik reageerde Sebas, terwijl hij de nieuwe kopjes neerzette, geamuseerd: “Of zoiets. Toch?”

Samen keken ze naar de wat ontredderde blikken van het overgebleven gezelschap aan het tafeltje waarvan de man net was opgestaan. “Mijn moeder is weg bij Maria.” “Oh? Goh.” Voordat hij een tweede vriend in overpeinzing zou zien verdwijnen keek Stijn maar eens nadrukkelijk naar Sebas, met een ‘verklaar-je-nader-blik’. “Ik vond Maria eigenlijk gewoon nooit zo sympathiek. Is dat erg, om dat zo te zeggen?” “Ik denk eerlijk gezegd dat iedereen die mening wel zo’n beetje deelt. “En wat nu?” “Ze heeft gevraagd of wij morgen met drie auto’s naar Drenthe kunnen komen. Koos komt ook, met de Caddy. Maar dat wist je natuu–“ “Nee. Hij wilde even rust en bedenktijd. En die heb ik hem met liefde gegeven.” “Oh? Goh.” “Precies.”

Toen ze in kolonne arriveerden met de Volvo voorop, dan de Škoda van Marleen en ten slotte de Caddy van Koos, bleek het nog lastig parkeren bij het kleine boerderijtje. “Zeg Tom…” Zijn vriend zette de motor af en keek hem vragend aan. “Als ik niet beter zou weten had ik gezegd dat dat de auto is van Be–mijn vader.” Tom keek vol verbazing naar de Škoda station wagon voor hen in de boomgaard, en vervolgens bijkans met zijn mond open naar de man die uit het huis naar buiten kwam lopen met een verhuisdoos op zijn schouder en wat stukken gereedschap in zijn vrije hand. Ze stapten allebei uit, maar nog voordat ze iets hadden kunnen zeggen, riep Marleen: “Hey Bert!” Die zette zijn spullen vervolgens op een klaarstaande kruiwagen en begroette haar allerhartelijkst. “Marleen! Wat goed je weer eens te zien, kind.” Koos was inmiddels ook dichterbij gekomen én trok één vragende wenkbrauw op richting Stijn. “Dit is mijn vader.” “Ah! Goh.”

Daar moest Bert vrolijk om lachen, terwijl hij Koos meteen voor zich innam door hem te complimenteren met zijn handige auto en hem alvast te danken voor zijn hulp. “Maar… Hoe…?”, begon Stijn, waarop Marie José naar buiten kwam en hun allemaal een warme knuffel gaf, onderwijl benadrukkend dat ze een zelftest had gedaan en haar helpers in nood dus niet zou besmetten. “Kom naar het terras allemaal, ik heb warme en koude dranken en taart en lunch!” Tom en Stijn keken elkaar aan, haalden lachend hun schouders op en liepen, tussen een muur bloeiende hangplanten en een perk vol nog best sterk geurende lavendel door, achter hun vrienden aan. Na wat uiteindelijk, ondanks – of misschien dankzij – de uitgebreide lunch, toch nog veel had weggehad van een evacuatie (Maria zou met haar beide zoons om 14 uur weer terug zijn), reden ze nu met vier auto’s richting… Zutphen.

Stijn was van de ene in de andere verbazing gerold, toen hij tijdens het eten en het inladen via brokjes informatie van zijn moeder had vernomen dat niet alleen Bert direct en zelfs vriendschappelijk-enthousiast had klaargestaan om haar te helpen met haar plan, maar dat dit plan inhield dat ze via een vriendin-slash-collega van vroeger had gehoord dat er een goede baan voor haar beschikbaar was gekomen bij Perspectief Sociaal Werk in Zutphen, en dat nota bene Bert haar via zijn netwerk als manager in de bouwwereld aan een heel aardig verdiepinkje had kunnen helpen in het centrum van diezelfde plaats. “Vlakbij een superleuke boekhandel en allerlei leuke horeca, middenin het oude centrum”, had ze er enthousiast bijgezegd. Marleen had haar oprechte enthousiasme breed uitgemeten, waaraan Stijn duidelijk de band zag die die twee altijd al gehad hadden. Tom had het ook gezien en had hem lachend toegefluisterd dat ze via hém toch ook maar mooi een kleinkind had gekregen, nota bene sámen met Marleen, terwijl ze allebei niet de biologische ouders waren. Toen ze die grap voor het wegrijden aan Marleen hadden verteld had die dubbel gelegen, en tegen Stijn ook nog gezegd dat zijn ‘projectie’ toch wel degelijk ook zijn moeders waarheid bleek te zijn: ze ging niet alleen weer ‘zorgen’ via een nieuwe baan, maar duidelijk ook voor zichzelf, en dat haar liefde ook de hele kring om haar zoon heen betrof, was sowieso wel duidelijk.

Toen ze het hele verhaal samen nabespraken tijdens de rit naar Zutphen, vroegen ze zich alleen nog af wat de aanwezigheid van Bert nu eigenlijk betekende. “Ik denk vooral vriendschap eigenlijk,” zei Tom, “de kans om het leuker te doen dan tijdens de scheiding. Ik vind het mooi om te zien.” “Zeker, het voelt alleen zo raar om al een hele tijd geen contact meer met hem te hebben gehad. Ik heb nota bene nog nooit zelf met hem gesproken over het feit dat hij niet mijn biologische vader is! Ik voel me zo schuldig.” Tom legde zijn hand maar weer eens geruststellend op de knie van zijn vriend. “Echt iets voor jou. En dat bedoel ik lief. Doe als je ouders: maak er een niet al te groot probleem van. Lijken zij ook niet te doen.” De rest van de rit zat Stijn op dat inzicht te kauwen.

Het bleek inderdaad een snoezig appartementje, zoals zijn moeder het noemde, en weer geheel iets anders dan het nieuwbouwhuis waarin hij was opgegroeid of het boerderijtje waaruit ze net haar spullen hadden ingeladen. Precies in een flauwe hoek richting een plein, waardoor het een wat kromme gevel had en een beetje voorover helde, bevond zich het oude pakhuis waarin zijn moeder op één hoog haar intrek kon nemen. Eenmaal binnen bleek de voorkant voorzien van van die schuiframen met allemaal kleine deelraampjes, de vloer van een prachtige (en krakende!) houten vloer en de keuken van een piepklein maar geweldig balkonnetje dat uitkeek op wat kleine stadsbinnentuintjes. Bert bleek al meerdere dagen te hebben geklust, waarbij Marie José goed had nagedacht over wat ze waar wilde hebben, zodat het uitladen en inruimen binnen anderhalf uur klaar was. Koos en Bert bleken een goed duo voor enkele finishing touches, Marleen en Stijn hielpen met kasten inruimen en inrichten, terwijl Tom met al zijn charme probeerde parkeerbeheer uit te leggen dat hun auto’s heel snel weer weg zouden zijn. Echt parkeren bleek in de oude Hanzestad nog wel een hele uitdaging, maar nadat ze achter het station alle wagens hadden weggeborgen tegen een redelijk schappelijk tarief, troffen ze elkaar allemaal weer op het terras van Grand Café Pierrot.

De jonge ober was de vriendelijkheid zelve (hartstikke gay, had Tom meteen in Stijns oor gefluisterd), en toen hij met een gespeelde grijns de grootte van het gezelschap opnam en vroeg: “Zijn jullie één huishouden?” voelde het eigenlijk ook heel natuurlijk toen ze met zijn zessen tegelijk: “JA!” zeiden. De ober moest nu echt lachen en antwoordde ad rem: “Dat had ik ook wel kunnen raden, uw kinderen zijn allemaal even knap.” “Die is bi”, had Koos nuchter vastgesteld toen de jongen zich met hun bestellingen voor verschillende bieren en de daghap (keer zes) uit de voeten had gemaakt. “Jij hebt al een leuke vent”, riep Tom plagerig. Stijn kon zich wel voor zijn hoofd slaan dat hij zijn vriend niet over de pauze tussen Sebas en Koos had ingelicht, maar die laatste leek er niet erg mee te zitten. “Maar wel een leuke puzzel,” reageerde die namelijk eenvoudig, “we zullen zien”, gevolgd door een vette knipoog naar een wat verbaasde Tom en een Marie José die blij als een jong meisje zat te gniffelen tussen al haar helpers. Of helden, zoals ze bij de toast zei. Stijn voelde een zoem in zijn broekzak. “Vast Amély met Oliver”, zei Tom, alvast inleunend op zijn stoel. “Nou nee… Het is alweer Bruno.” Een diepe zucht ontsnapte hem.