Aflevering 51

Aflevering 51

October 2, 2021 Off By admin
  1. Aflevering 45
  2. Aflevering 46
  3. Aflevering 47
  4. Aflevering 48
  5. Aflevering 49
  6. Aflevering 50
  7. Aflevering 51
  8. Aflevering 52

“Ik ben onrustig, ontevreden, gefrustreerd, en bovendien continu aan het zeuren. Zoals nu.” Stijn probeerde niet naar het bierviltje te kijken dat in de afgelopen paar minuten al compleet door zijn beste vriend was verfrummeld. In plaats daarvan probeerde hij zich te concentreren op het ingespannen – en eerlijk gezegd ook enigszins verfrummelde – gezicht naast hem. Hij vond het maar onhandig zitten zo naast elkaar, maar Sven had erop gestaan om af te spreken in een van de grand cafés aan de markt in plaats van de Koffie Korner. Het was een behoorlijk mooie dag en Stijn moest door al het gepraat van mensen om hem heen veel moeite doen om te horen wat hij zei, met name omdat het nogal zacht en bozig werd uitgesproken. Bovendien stond de muziek ook nogal luid. En de Weightless Remix was een heerlijk nummer, maar niet echt geschikt als begeleiding van wat duidelijk een Serieus Gesprek was.

“Er starten weer festivals maar die zijn meteen uitverkocht of in België. Je kunt clubben maar niet tot laat. De zomer is eigenlijk al voorbij. Ik ben niet op vakantie geweest. Ik zie iedereen op Insta ergens lol hebben in zuidelijke landen in een ‘superleuk’ perfect landhuis met allemaal te gekke vrienden en een zwembad, en als ze weer terug zijn zitten ze met hashtagbringmeback keirelaxed in een koffietentje aan de gracht een beetje te zzp’en. Voordat ze weer een of andere te gekke rave onder een viaduct of in een park hebben. En maar daten, en maar fun, en maar lol, en maar nieuwe kleren! En hup, weer weg naar een eiland ergens! Te gekke podcasttips en hahaha toch maar even naar de nieuwe Bond geweest, en ondertussen zeiken over coronakilo’s terwijl ze overduidelijk ripped as hell zijn terwijl ze zich bijna verhappen in hun vette pizza’s!”

——-

De ‘keurige dame’ die precies in Stijns zicht zat iedere keer als hij Sven aankeek, en die met een even keurige vriendin aan een fantasieloze cappuccino met een punt appelgebak zat, keek steeds nadrukkelijker naar hen naarmate Sven harder en nadrukkelijker begon te klagen. Het tweede bierviltje lag inmiddels ook als een hoopje frutsel op tafel. De ober had ongevraagd (leuk, de spontane bediening in zo’n tent, alleen wel opletten) twee nieuwe vaasjes neergezet en Sven nam een grote hap uit het schuim. “En áls ik iets voorstel, heeft Joris geen zin.” (Aha.) “Die vindt thuis helemaal gezellig en kookt en werkt en knutselt en werkt op zijn laptopje of gaat naar het Piuspark. Die vindt alles gewoon wel best, terwijl we helemaal niks doen en alles missen! Maar toen ik er gisteren maar weer eens over begon zei hij dat ik last van FOMO en een quarterlife crisis heb. En in bed wilde hij slapen. Volgens mij was ie nog geërgerd ook!” De dame keek Stijn nu recht aan met haar vorkje wiebelend tussen haar vingers en een zuinig mondje, alsof ze hem op afstand wilde dwingen zijn lastige puberzoon tot de orde te roepen. Hij zette zijn stoel iets naar achteren, zakte iets achterover en keek Sven maar eens nadrukkelijk aan.

“Misschien zeur je ook wel gewoon. En heeft Joris wel een beetje gelijk. Heb je daar al eens aan gedacht?” Ineens met een ruk rechtop zittend en met grote ogen kwam direct een reactie. “Aan wiens kant hoor jij eigenlijk te staan…?” “Ik zeg alleen maar dat je duidelijk jezelf in de weg zit en daarbij blijkbaar Joris ook. Neem dan eens een verrassend initiatief. Regel iets gaafs wat tegemoet komt aan jouw gevoel maar ook past bij hem. Doe’s lief. En stop met jezelf steeds met die Insta-wereld te vergelijken en maak je eigen leven interessanter.” Na even erop kauwen kreeg hij een spontane zoen op de wang en een dankbare blik van Sven. “Je hebt gelijk. Dankjewel. Je wordt hier trouwens steeds beter in, weet je dat?” Dat was weliswaar een mooi compliment, maar zijn eigen gesprekspunt om met hem over Bruno te praten moest dan toch maar weer even wachten.

Het leek wel spreekuur voor Stijn vandaag. Hij was vanaf de markt op de fiets direct doorgefietst naar het dorp waar Laurens en Els woonden. Tom zou straks met de auto ook die kant opkomen na een afspraak met de opperbazen van de krant in de provinciehoofdstad. Hij was nog niet aangekomen en vol schoonmoederlijke liefde in een tuinstoel op het terras onder de verkoelende boom gedrukt, of ze kwam tegenover hem zitten. “Laurens wil niet naar Indonesië. Ik heb allerlei argumenten aangedragen. Dat het de laatste wens is van zijn eigen zus dat wij naar het ‘bezit van haar overleden echtgenoot’ omkijken, dat het een mooie gelegenheid is om weer eens iets van de wereld te zien na die eindeloze lockdown, dat het ook voor hem goed is om na al die eindeloze diensten in het ziekenhuis even los te komen van de routine, werkelijk alles wat ik redelijkerwijs kon aandragen heb ik geprobeerd. Het zou mij prima uitkomen: ik hen van school late herfstvakantie, bovendien nog een zee aan vakantiedagen en ik ben bovendien toch aan het afbouwen. Dan past dit toch perfect?”

Stijn knikte bedachtzaam over zijn speciaalbiertje, dat voor zijn neus stond voor hij ooit nee had kunnen zeggen. “Weet je wat hij zei? Dat hij gek is op routine, helemaal niet van reizen en hitte houdt en dat ik me geen enkele zorgen moest maken en gewoon lekker met Marije moet gaan en dat hij en Dieck wel op de kleine zullen passen!” Triomfantelijk hief ze haar handen in een ‘tadaa-ziejenouwel-gebaar’ en keek naar Stijn met een vragend-uitdagende blik voor bevestiging. Na twee rustige slokken en een kleine denkpauze zei die echter: “Misschien is dat wel helemaal niet zo’n gekke gedachte. Wat heb je aan een reisgezel zonder motivatie die liever iets anders doet? Het is bovendien een superlief en goed bedacht voorstel. En het geeft je de kans op unieke één-op-één quality time met je dochter.” Met een mix van ongeloof en verbazing keek ze hem zeker een minuut aan. “Weet je, je hebt gewoon gelijk. Wat zit ik nou te zeuren? Dat is briljant!” Ze stond op, omhelsde hem en gaf hen een zoen op zijn wang.

Na een korte maaltijd – Tom was verstrooid en wekte een vermoeide indruk – waren ze met Stijns fiets in de kofferbak naar huis gereden. Ze wilden net het licht in de studio uitdoen en naar boven gaan, toen er luid en lang werd aangebeld. Ze keken elkaar verbaasd aan, en Tom liep naar de voordeur. Een van excitement rood aangelopen en hijgende Koos en Sebas vielen naar binnen, struikelden in benen en woorden over elkaar heen en rolden als automatisch de bibliotheek aan de voorkant binnen. Tom was achteruit deinzend direct in een van de luie stoelen terechtgekomen en de kluwen van Koos/Sebas rolde op de bank. Stijn ging in de andere fauteuil zitten. “Jullie gaan trouwen”, merkte hij droog op. “Hahahaa, nou, bijna! Het is gewoon niet te geloven! Edith, jóúw Edith, kwam vanmiddag met het hoofd stadsontwikkeling bij de Korner binnenlopen. Ze wilden een idee peilen bij ons. Om dat hele dossier los te trekken over meer sociale woningen in het centrum versus het nog te bouwen cultuurcluster, wil ze de raad in overweging geven om de Dancing Queen te renoveren en ook geschikt te maken als theater en bioscoop, en om van dat verloederde pand ernaast een entree, garderobe, kantoorruimte en kleine zaal te maken, met beneden ruimte voor de Koffie Korner!”

Sebas glunderde helemaal en Koos zat als een verliefde tiener naast hem te stralen bij ieder woord dat hij uitsprak. Tom keek ineens iets wakkerder en ook bepaald enthousiast. De cultuurjournalist in hem werd duidelijk wakker, bedacht Stijn met een glimlach. “Maar is dat niet een veel te groot risico, kunnen we dat wel aan, is het niet een te grote verantwoordelijkheid en investering voor ons en is dat wel een kansrijke plek voor zoiets en moeten Sebas en ik samen wel zo’n commitment aangaan…?” Koos keek bij deze woordvloed nadrukkelijk naar Stijn, wat hem een knipoog en een lachje van Tom opleverde. “Het lijkt me geweldig. Die plek kan de loper naar het centrum worden vanaf het station, het is een upgrade voor de Korner vanaf die plek net aan de uitvalsweg zonder terras aan de voorkant, het is de ultieme revival en upgrade van de Queen en voor jullie samen is het de gaafste uitdaging die ik had kunnen verzinnen.” “O zie,” zei Sebas met een traan in zijn oog, “Ik zei je al dat Stijn het vast een goed plan zou vinden. Dankjewel, dat betekent veel. Ook voor ons… samen.” Hij stond op, gaf Koos een zoen op de mond en Stijn een op de wang.

Toen ze enigszins tollend van vermoeidheid (en de champagne, die Tom direct tevoorschijn had gehaald) hun tanden stonden te poetsen, keek zijn vriend Stijn met een warme glimlach aan. Toen de borstels zwegen, zei hij: “Jij bent gewoon echt goed geworden in mensen om je heen advies geven. Ik ben zo trots op je, weet je dat? Maar waar is mijn verlegen, klungelige vriendje gebleven?” Stijn voelde zich acuut rood worden en haalde pesterig met zijn handdoek uit naar Tom, maar sloeg te hard en liet een lelijke striem op zijn heup achter. Tom begon enorm te lachen. “OK, consultant, je hebt me gerustgesteld, je bent nog altijd de jongen op wie ik viel!” En hij duwde hen samen naar het bed, waar ze doodmoe maar zeer tevreden in vielen.