StijnZomer 2

StijnZomer 2

July 8, 2022 Off By admin
  1. StijnZomer 1
  2. StijnZomer 2
  3. StijnZomer 3
  4. StijnZomer 4
  5. StijnZomer 5
  6. StijnZomer 6

“Is dit niet een veel te groot toestel voor zo’n klein eindje…?” “Nee joh, die stoelen staan tegenwoordig gewoon veel dichter op elkaar, daardoor lijkt het groter.” “Het waren toch altijd zes stoelen en één gangpad? Nu zijn het er zeven met twéé gangpaden.” “Ik denk dat met name die twee toiletten pontificaal voor onze neus het geheel een intercontinentaal gevoel geven.” “Incontinentaal, eerder.” “De opdrachtgever wilde duidelijk een extra gebaar malen en drie grote mannen de plaatsen met meer beenruimte geven.” “Dit is anders gewoon economy.” “Nee, economy plús!” “Ja, en ik ben de plus, goedemorgen.” Een breeduit lachend, zeer knap KLM-jongetje met blonde highlights in zijn haar kwam tevoorschijn van achter het linker toilet. “Jammer dar er geen vierde stoel aan de middenrij vastzit, anders was ik er direct op gaan zitten.”

“Je kunt er prinselijk dwars bovenop komen liggen”, droeg Tom voor het eerst iets bij aan het gesprek. “Aaawww, wat een gave uitnodiging!”, kirde de steward – “Kan ik jullie alvast wat lekkers inschenken, nu ik zomaar ineens als jullie Economy Plus One ben uitgenodigd?” “Mag dat al dan”, vroeg Stijn voorzichtig. “Schat, je bent bij mij aan boord, of we nou vliegen of stilstaan, je wordt door mij verzorgd.” Bruno keek van links naar rechts zijn mannen maar eens aan. “Zouden er bij KLM überhaupt hetero’s werken als cabinepersoneel?” “Dat hoorde ik!” riep de steward terwijl hij een glaasje champagne serveerde. “En het is heel wel denkbaar, maar ik heb er nog nooit een ontmoet. Gelukkig!” En kakelend verdween hij alweer, ditmaal langs het rechtertoilet. “Nee. Hij mag niet mee naar het hotel”, keek Tom vermanend naar de boys. Die heel braaf zeer verontwaardigd keken.

——-

Bruno had met een van zijn teams een groot en belangrijk project voor een netwerk van kunsthandelaren tot een goed einde gebracht, waarna ze als stel van drie (“O wat geweldig, geen enkel probleem!”) werden gefêteerd op zowel een VIP-bezoek aan de Tefaf in Maastricht als de Biënnale in Venetië. Stijn had voorzichtig gezucht tegen Tom dat het – inclusief het aanstaande bezoek aan Bruno’s ouders wel heel veel ineens was, maar die had dat luchtig omgebogen in een houding van ‘geniet er nou maar van’. Nou, en dat déden ze. Was het Tefaf-programma al bepaald overdadig geweest, in Venetië werden ze nergens minder ondergebracht dan in een suite in Hotel Palazzo Stern, waar ze met de Vaporetto soepel werden afgezet. Behalve één diner met de opdrachtgever waren ze de rest van twee dagen vrij, die ze vulden met ronddwalen door The Milk of Dreams en de landenpaviljoens, waarbij ze met name IJsland en Japan prachtig vonden maar zichzelf wel afvroegen of dat door de magie van de landen zelf kwam of door wat er specifiek getoond werd. Ze verbaasden zich over allerlei optredens en kunst op straat en met name over de hoeveelheid mensen die er liepen – alsof er nooit Covid had bestaan. De suite nodigde uit tot hangen in de zithoek, roomservice bestellen en uitgebreide sekssessies.

Vrijdagochtend was het dan toch echt tijd om terug te vliegen (Tom had Stijn even liefdevol toegesproken op de luchthaven toen Bruno even naar het toilet was, omdat hij goed wist dat Stijn liever écht niet meer wilde vliegen op korte afstanden en zichzelf stilletjes stond te haten nu), en dit keer zaten ze wél in een toestel met 6 stoelen en één gangpad per rij. En de bediening was ronduit chagrijnig, wat Bruno deed concluderen dat dit dan waarschijnlijk die paar hetero’s waren. Op Schiphol namen ze snel afscheid omdat Bruno naar de zaak moest en ze elkaar bovendien morgen zouden zien voor de kennismaking met de familie Buruma. Stijn en Tom daalden af naar het treinstation en even later zat Stijn te slapen met zijn hoofd op Toms schouder. Eenmaal terug in het zuiden toog Tom direct naar de krant om zijn stuk over de Biënnale aan te leveren voor de gezamenlijke regio-dagbladen, en Stijn ging maar eens even checken of de Koffie Korner nog draaide. Naar het Stadhuis hoefde hij deze weken nog nauwelijks, omdat zijn nieuwe wethouder Choumicha bij haar aantreden al had besproken en geregeld dat ze eerst twee maanden op reis zou zijn voor haar vorige baan en familiebezoek.

Bij het opendoen van de deur kwam hem een rare combinatie van geuren tegemoet. Hij rook met name mensen, maar dan gemixt met een brandgeur en een ranzig toilet. Hij liep meteen naar een zweet gutsende Joris, die vanaf het koffieapparaat steeds naar een enorme rij bonnetjes keek. Toen hij Stijn in het oog kreeg, verscheen er een vermoeide maar blije lach rond zijn mond, maar kreeg hij ook – of verbeelde Stijn zich dat nou – vochtige oogjes. Stijn gaf hem eerst en vooral maar een stevige knuffel, waarbij hij probeerde niet terug te deinzen van de penetrante zweetgeur. “Ben je hier helemaal alléén?” “Ja, Sebas opent ’s ochtends de eerste twee uur, maar heeft dan meestal bouwoverleg en veel te doen op het cluster.” “Waar is Sven?? Die zou je toch helpen terwijl wij weg waren?” “Jawel, maar die schat maakt zich zo’n zorgen om alles. Dat lijkt zijn nieuwe fase van verwerken. Asielzoekers die op een stoel moeten slapen. Stikstofdebatten en stakingen. Overvolle vliegvelden. Oprukkend virus. Natuurlijk de oorlog in Oekraïne. Personeelstekorten. Ook ironisch, want nu sta ik mijn eentje. Hij blokkeert op al die ellende, kan niet meer relativeren. En dan heb ik niks aan hem; ik heb hem maar liefdevol naar huis gestuurd.” “Tjezus. Nou, ik ben er: ik ga meteen een ronde bestellingen doen en uitbrengen, de ramen aan de achterkant openzetten, de toiletten schoonmaken en die aangebrande tosti’s in de container achter flikkeren. Ga jij je even verfrissen? Ik heb nog een schoon t-shirt in mijn tas.” Op de verontruste blik en een snuif onder zijn oksel keek Joris Stijn verschrikt aan. “Doe nou maar, komt goed”, spoorde Stijn hem aan. God, waar te beginnen, vroeg hij zichzelf af.

Op zaterdagochtend moest Tom hem bijna van zijn kussen lospellen, zo graag had hij nog een paar uur doorgeslapen. En het was nota bene al elf uur. Ze hadden afgesproken dat ze rond ‘late theetijd’ in Franeker zouden zijn, en dan heb je vanaf het Piuspark toch wel 3,5 uur nodig – had Bruno voorgerekend. Inclusief een file en een plasstop hier en daar. Dus na een lange hete douche en een ontbijt van verse broodjes (Tom had gewoon hardgelopen, hoe deed die man dat toch) waren ze in de Volvo vetrokken voor de rit naar het noorden. Eindelijk hadden ze tijd om samen goed te praten over hetgeen Marleen in eerste instantie aan Stijn had voorgelegd: hun wens om nogmaals ouders te worden. Waarbij Marleen de biologische moeder zou worden. En waarna Stijn ineens (opnieuw?) had gevreesd dat hij of Tom als donor gevraagd zou worden. Maar dat bleek niet het punt te zijn, want Wouter was bereid nogmaals zaad te leveren. Nee, Marleen had heel lief en inlevend gevraagd of zij gezinsuitbreiding wel zagen zitten. Aangezien de wet nog steeds niet voorziet in meeroudergezinnen, en of het voor hen dan wel verbonden genoeg voelde. Geen woord over de eerdere ergernissen over hun afwezigheid; ze had juist benadrukt dat het de regeling juist de nodige dynamiek en vrijheid gaf. Toen ze later het gesprek met zijn vieren nog eens overdeden had Tom slechts ingebracht dat hij graag wilde overleggen met Bruno hoe ze dit konden vormgeven in hun throuple en of de dames zich daarin konden vinden. Dat konden ze, dus binnenkort zouden de boys daar eens rustig over praten. Maar vandaag nog niet, want zijn ouders moesten eerst maar eens aan de huidige constructie wennen.

Bruno deed de deur van het prachtige pand open voor ze en fluisterde giechelig: “Nou, vol ornaat hoor.” Ze liepen de keurige en vooral ook grote hal binnen, waarbij meneer (“Zeg maar Siebe hoor”) en mevrouw (“Ik ben Imke”) Buruma hen kwamen begroeten. De grote kamer binnentredend kwamen ze ook nog oog in oog met Bruno’s zus Joyce (bij de kinderen was de naamtraditie duidelijk gestopt) en haar man Dieter. Ook zij waren bijzonder burgerlijk-keurig gekleed, wat Stijn deed vermoeden dat ze als throuple nu wel heel tennis-casual moesten overkomen, maar misschien werd het juist wel gewaardeerd omdat je met enige goede wil ook zeilkleding in kon zien.

Eenmaal in de serre aan de thee stak Imke van wal. “Ik zal jullie eerlijk zeggen: ik was compleet verrast toen Bruno ermee kwam.” “Met twee mannen?”, reageerde Tom keurig on cue. “Nee, dat hij homoseksueel is. Bij ons in de families komt dat verder namelijk helemaal niet voor – en dan verwacht je dat niet…” “Moeder… toe. Dat is alweer zo’n tijd geleden.” “Kijk, voor ons was het wel flink wennen natuurlijk”, kwam nu ook Siebe los. “Ik wist er gewoon niet veel vanaf. En hij heeft nog nooit een jongen meegebracht, dus het bleef een soort theorie… maar nu twee mannen ineens, ik wist niet dat dat gebruikelijk was.” Stijn en Tom zagen Joyce de ogen ten hemel slaan, terwijl Bruno zijn vader uit de brand hielp: “Eigenlijk moeten het er drie zijn, maar ik vond er maar twee.” Zowel Tom als Stijn als ook Dieter probeerden nu niet te imploderen van de ingehouden lach, terwijl Joyce zich strak hield en eenvoudig reageerde met: “Een beetje het sukkeltje van de homo-scene dus. Fraai hoor – weer typisch mijn broer.” “Goh, vier…”, mompelde Siebe onder de indruk, “Ja, misschien ook wel logisch als je erover nadenkt… twee keer twee…” Tom kon het blijkbaar niet meer aanzien: “Onzin, drie is gewoon heel leuk en we zijn ontzettend blij met uw zoon en zijn warme liefde voor ons allebei! Over warm gesproken: ik ga eens even wat van deze heerlijkheden proberen als dat mag!” Duidelijk opgelucht reikten Bruno’s ouders het een na het ander aan. Bruno knipoogde maar eens en mimede iets als “Daarom hebben we dit niet eerder gedaan.”

Stijn zag de uren daarna nog meermalen iets bezorgds op het gezicht van Imke en een vraagteken boven het hoofd van Siebe. En dit is dus waarom voorlichting geven zo belangrijk blijft, dacht hij bij zichzelf.