StijnZomer 5

StijnZomer 5

July 29, 2022 Off By admin
  1. StijnZomer 1
  2. StijnZomer 2
  3. StijnZomer 3
  4. StijnZomer 4
  5. StijnZomer 5
  6. StijnZomer 6

“Wat doe jij nou hier?” “Ja, nou zal het helemaal mooi worden! Wat doe ik hier?? Wat doe jíj hier?! Je man verlaten, je kind meenemen, een dierbare vriend van de familie in je plannen opnemen, ma onder druk zetten en vervolgens mijn vent in verlegenheid brengen met dat geheim!! Jouw recht van spreken is wel verlopen volgens mij! Ben je niet goed bij je hoofd?! Iedereen maakt zich zorgen! Wat ben jij in vredesnaam aan het doen?” “Jouw vent? Ik dacht dat je er twee had momenteel, of lig ik achter en zijn het er al drie? Of nog meer?” Stijn had Tom nog niet vaak zó kwaad gezien en was even bang dat hij – staande op de prachtige stenen stoep van Victors huis – Marije een flinke tik in haar gezicht zou geven. Daarentegen zei deze echter alleen maar: “Pas jij maar op dat je zodadelijk helemaal géén vent meer hebt. Of een zorgzame vader voor Anne.” Daarop liep hij straal langs haar heen naar binnen. Marije draaide zich ook om en sloot de deur. Ze had Stijn duidelijk niet gezien; zoals afgesproken liep hij terug naar de auto en Dieck, klaar voor de volgende stap in het plan.

“Is het wel echt een goed idee om haar zo te pushen…? Zodadelijk wil ze me helemaal niet meer zien. En ik wil al helemaal niet dat jullie of Els en Laurens hierin worden meegesleept.” Ze keken allebei uit hun eigen raampje terwijl de Volvo nog stond af te koelen van de woeste en warme rit naar Lausanne. Nadat Tom erachter was gekomen dat Els wist waar Marije zich schuilhield en dat dat helemaal niet in het huisje van een vriendin was maar in het huis van de weduwnaar van zijn tante, was hij woedend geworden en had gezegd dat ze direct de volgende ochtend naar haar toe zouden gaan. Ze hadden nauwelijks pauze gehouden en stonden in zes en een half uur aan het meer van Genève. Onderweg had Stijn geprobeerd om erachter te komen wat er nu eigenlijk precies was gebeurd. Het gesprek verliep niet echt gemakkelijk, maar gelukkig sprong Tom – ondanks zijn geconcentreerd rijden – af en toe bij met een weloverwogen en zeer doelgerichte vraag. Het bleek allemaal wel iets anders te liggen dan dat ze wellicht altijd verondersteld hadden: weliswaar was Dieck misschien een beetje bedeesd en zenuwachtig, maar hij bleek zo’n beetje als enige in staat te zijn om de buien van Marije in goede banen te leiden, zonder zichzelf daarbij weg te strepen. Dat mechanisme, plus iets méér, zou hij nu hard nodig hebben, bedacht Stijn toen ze zich na een appje van Tom naar de zij-ingang van het huis begaven.

——-

Dat was inmiddels alweer ruim een week geleden. Ze hadden mondjesmaat feedback gekregen vanuit Zwitserland sinds ze samen – zij het tot Stijns geruststelling in een lager en meer ontspannen tempo – waren teruggereden. Ze hadden een bericht gekregen van Victor waarin hij zich omstandig verontschuldigde en had uitgelegd dat hij had gevonden dat hij ook Marije een keer zijn betrokkenheid had moeten tonen, maar dat hij de situatie wellicht verkeerd had ingeschat. Laurens en Els kwamen enigszins beschroomd maar toch minstens iedere dag vragen om nieuwe info, maar Tom had hen korzelig duidelijk gemaakt dat hij niks wist en dat het nu aan Marije en Dieck was en dat ze het vanzelf wel zouden horen. De ergernis had steeds in zijn stem en tekstberichten doorgeklonken, en Stijn was blij dat Sebas voor de Korner een nieuwe (banket)bakker had gevonden, zodat hij niet steeds met zijn schoonouders geconfronteerd hoefde te worden als ze nieuwe voorraad kwamen brengen. Het was nog steeds net zo hectisch als al de hele zomer, maar Stijn moest nu toch echt weer voltijd aan de slag op het Stadhuis. Hij zat in zijn gedeelde werkkamer te lezen en strepen in de stukken voor de eerste commissievergadering van donderdag. Morgen zou hij voor het eerst gaan samenwerken met zijn nieuwe wethouder. Concentreren wilde niet zo goed lukken en hij keek meer naar buiten dan naar zijn stukken. Voor middenin de zomer ging de telefoon belachelijk vaak, en bij gebrek aan beschikbare secretaresses moest hij dat voorlopig erbij doen. Door alles heen had hij zich al de hele ochtend zitten afvragen of hij dit werk nog wel leuk vond, en tot zijn eigen niet geringe verbazing was het omhoogkomende antwoord nog altijd een ferm ja.

“Hallo, goedemorgen! Jemig, jij bent er al!”, lachte Choumicha vrolijk. Op zijn geamuseerde blik zei ze: “Mijn naam betekent ‘zon’, dus je bent gewaarschuwd: altijd vrolijk.” “Nou, dat is dan echt iets voor ons zonnetje in huis!” Zowel Choumicha als Stijn draaiden zich om en keken naar de grote knipoog waarmee Sven de kamer was binnengelopen. “Ben jij altijd nóg vrolijker dan ik? Daar moet je mee oppassen hoor want daar word ik echt chagrijnig van. Trouwens, Stijn, wie is dit, ken jij hem? Lopen er altijd zomaar mannen binnen hier, of is hij misschien de secretaresse waar ik zo hard om heb lopen bedelen?” Sven stond even naar adem te happen en kleurde zowaar een beetje in zijn nek, zag Stijn. Zijn baas stond lachend op één been, te wachten op een reactie. “Eh, ik werk op communicatie en heb dit keer dezelfde portefeuilles toegewezen gekregen als … ehh, jullie.” “Bugger”, reageerde Choumicha, en ze draaide zich theatraal om. “Twee lekkere mannen in mijn team, heb ik dat! Ik had nog wel zo gehoopt op twee lieve oude dames die me zouden verwennen en niet zo zouden afleiden.” Stijn en Sven moesten allebei lachen en liepen achter haar aan haar kamer in. Stijn wilde nog net fluisteren richting Sv– “Nou, als het je geruststelt: we zijn allebei gay!” Stijn zuchtte inwendig diep. “Ahaa! Laat me raden: jullie zijn ook nog een stel?” “Met die lillekerd? No way. Ik heb mijn eigen vent en Stijn hier heeft er zelfs twee! Tenminste, de laatste keer dat ik heb geteld.” Stijn kon inmiddels wel door de vloer zakken en vervloekte de dag dat Sven weer aan het werk was gegaan. “O, tel jij partners”, riposteerde Choumicha ad rem, “Dan krijg je nog wat te doen; ik ben queer, pan en ethisch non-monogaam.” Nadat Stijn even intens had staan genieten van een van de weinige momenten dat Sven met zijn mond vol tanden stond, zei hij droogjes: “En geloof het of niet, deze blaaskaak is mijn beste vriend.” Choumicha schaterde het uit. “Nou, ik ben blij dat ik een team krijg dat bij me past!” “En is de info over je seksuele oriëntatie het eerste communiqué dat ik officieel naar buiten mag brengen?” Een dodelijke blik was zijn deel, maar ze vervolgde diplomatieker en met een knipoog: “Beter niet.”

Ze hadden geregeld dat ze op vrijdag allemaal niks zouden plannen. Natuurlijk leidde dat tot laat opstaan en vooral stormachtige ochtendseks, maar toen ook die honger weer was gestild zaten ze aan het ontbijt te overleggen wat ze die dag eens zouden doen. Bruno gaf aan wel weer eens naar Maastricht te willen, en dus zaten ze anderhalf uur later aan een Mosa van Brouwerij Zuyd bij de Poshoorn. “Zo schattig om te zien hoe verliefd Harm is. Hij vertelt me aldoor hoe leuk Sterre is, hoe lief Sterre is… hoe lekker Sterre is!” Hij gooide zijn hoofd in zijn nek van het lachen. “En hij is zo slank en altijd netjes strak gekleed dat ik bij dat laatste al meerdere keren een erectie bij hem heb gezien!” Pas toen zijn eigen twee mannen niet meelachten, zag hij dat die allebei maar los van elkaar naar de zeer knappe jonge ober zaten te staren. “Hey hallo, heb ik jullie vanmorgen niet genoeg te doen gegeven ofzo?” Hij vingerknipte plagend tegen het kruis van Tom omdat die het dichtst bij zat. “Hmm? Ja… ontzettend schattig…” “Tijd om te gaan zie ik. Ik ga zelf wel even bij die jongeman betalen.” En tegen zichzelf: “God, ik dacht dat ík erg was.” Ze haalden heerlijke kleine vlaaitjes bij de Bisschopsmolen en gingen ermee op een bruggetje aan de Jeker zitten. Stijn zat middenin en kreeg steeds van rechts een nieuwe smaak vlaai met een flinke hap eruit aangereikt, waarna hij kon proeven en de rest doorgaf aan Bruno. “Ik ben blij dat jullie zo goed opgevoed zijn; ik krijg en eet steeds een half vlaaitje!” Toen ze allemaal op waren werd er een zoen doorgegeven, waarop twee meiden op een bankje achter hen begonnen te joelen. Ze stonden gearmd alledrie op, maakten een buiging en liepen richting het Vrijthof. Stijn wilde absoluut naar Boekhandel Dominicanen, en eenmaal binnen begrepen de andere twee direct waarom. Tom begon meteen aantekeningen te maken voor zijn zomerreeks in de krant, terwijl Bruno geïnteresseerd keek naar de boekenhonger van Stijn. Een half uurtje later zaten ze met een speciaalkoffie op het koor, met uitzicht op de prachtige winkel en alle klanten. Verdiept in zijn nieuwe Colleen Hoover zag Stijn niet hoe zowel Tom als Bruno vertederd naar hem zaten te kijken. Tot besluit van hun uitje wilde Stijn nog graag het pand van de collega’s van COC Limburg laten zien, waarbij ze Café Rosé benutten om wat te drinken.

Voor zaterdag hadden zowel Stijn als Sven besloten om Sebas te helpen, aangezien er simpelweg geen personeel te vinden was. Bij binnenkomst had Sebas al laten weten dat het tussen Koos en hem alleen maar slechter ging en dat die als bediening dus ook was weggevallen. Hij had er diep bij gezucht en akelig verdrietig bij gekeken, vond Stijn. Veel tijd om er nu verder op terug te komen was er niet, omdat de klanten al hun tijd en energie vroegen. Toen hij voor wat voor zijn gevoel de dertigste keer was dat hij vanuit de tuin naar binnen liep, zag hij ineens Dieck zitten. Zat hij daar al langer? Hij keek eindeloos verdrietig voor zich uit, wat Stijn meteen naar hem toe deed lopen. Op de hand op zijn schouder keerde hij zijn hoofd schuin omhoog om. “Ik ben net terug. We zijn eruit. Of eigenlijk: Marije weet het zeker. We zijn uit elkaar.” Stijn zag een traan langzaam over zijn wang biggelen. Na een wat onhandige knuffel en de belofte een consumptie voor hem te halen, zag Stijn toen hij wéér uit de tuin kwam ineens Edith naast Dieck zitten met haar arm om hem heen. Eenmaal dichterbij, maar buiten haar zicht, hoorde hij haar zeggen: “Ik was er al bang voor… Wat vreselijk. Je begrijpt toch wel waarom ik direct ben weggegaan toen Marije aan Victor haar plan had voorgelegd? Ik verdroeg het niet – van allebei niet.” “Was jij daar al die tijd?”, kwam Stijn nu tussenbeide. Edith knikte langzaam en keek een soort van verward en berouwvol. “Oh, by the way: ik ben voorgedragen als directeur voor het cluster.”